Artroscopie van de knie

Kijkoperatie van de knie

De term artroscopie is een samenvoeging van twee woorden, namelijk artros (gewricht) en scopie (kijken). Operatief zijn wij in staat om in een gewricht te kijken met een soort telescoopje waardoor de wondjes en het letsel aan het gewricht minimaal zijn. Door middel van dergelijke kijkoperaties kan in veel gewrichten operaties worden uitgevoerd. In feite bestaat de operatie niet alleen uit kijken in het gewricht maar er kunnen ook daadwerkelijk operatieve behandelingen worden uitgevoerd. In de knie bijvoorbeeld aan de meniscus, het kraakbeen, het slijmvlies maar ook bij voorbeeld het vervangen van een kruisband.

Artroscopie zou daarom beter een "kijk en doe operatie" genoemd kunnen worden in plaats van een kijkoperatie.

Artroscopie van de knie is de meest uitgevoerde operatie in de orthopaedie.

Meniscusscheur

De meest voorkomende reden voor een kijkoperatie is een scheur in de meniscus. De knie is pijnlijk, er is vocht in de knie, de knie kan op slot gaan (blokkeren) of een instabiel gevoel geven (giving way klachten). Soms kunnen de klachten a-specifiek zijn en alleen pijn en irritatie geven zonder duidelijke andere verschijnselen van een meniscusscheur (bijv. bij een horizontale meniscusscheur). De oorzaak is vaak een verdraaiing van de knie, maar met name op oudere leeftijd kunnen meniscusscheuren ook ontstaan zonder dat men zich een duidelijk trauma van de knie kan herinneren.

Tijdens de kijkoperatie wordt het kapotte stukje van de meniscus weggehaald. Het deel dat nog goed is wordt intact gelaten, omdat verwijderen van de hele meniscus tot vervroegde slijtage van het gewrchtskraakbeen (artrose) leidt.

Tekening van intacte meniscus

Rechter knie van bovenaf gezien, het bovenbeen is verwijderd. De (intacte) binnen- meniscus (medial) en de (intacte) buitenmeniscus (lateral) zijn goed te zien.

Voorbeelden van meniscusscheuren

De meniscus bestaat uit flexibel kraakbeen. Door de meniscus is er een betere passing van de ronde contouren van het bovenbeen op het relatief platte oppervlak van het onderbeen. In de meniscus kunnen scheuren optreden. Hierboven typen meniscusscheuren die kunnen ontstaan.

Verdoving

De kijkoperatie wordt vrijwel altijd uitgevoerd onder ruggenprik (regionale anesthesie), soms onder narcose (algehele anesthesie).

De regionale anesthesie (ruggenprik) heeft als voordeel dat alleen het onderlichaam tijdelijk verdoofd wordt (duur ongeveer 1 tot 3 uur), dat er meestal geen misselijkheid optreedt en dat u op de monitor (TV scherm) kunt meekijken met de orthopaedisch chirurg tijdens de ingreep. Meekijken biedt u de mogelijkheid om meer inzicht te krijgen in de aard en ernst van de afwijking in de knie en biedt de mogelijkheid tot overleg met de operateur tijdens de operatie. Het bevordert het begrip over de afwijking en geeft inzicht in de oorzaak van de klachten.

Een algehele anesthesie (narcose) brengt u tijdelijk in een slaaptoestand en u merkt op deze manier niets van de operatie. Met de hedendaagse narcose technieken is de kans op misselijkheid en dergelijke klein. Tijdens een narcose worden alle vitale functies nauwkeurig bewaakt. De anesthesist zal de diverse mogelijkheden en de eventuele complicaties met u bespreken in het gesprek dat op de polikliniek anesthesie voorafgaand aan de operatie zal plaatsvinden.

Techniek


Met behulp van 2 of soms 3 steekgaatjes
in de huid wordt een invoerinstrument
(trocart) met daarin de artroscoop
(kijkbuisje of optiek) in de knie gebracht.
Op de optiek is een kleine camera
gemonteerd en een lichtbron zorgt voor
het benodigde licht om alle structuren in
de knie te kunnen zien.
De orthopaedisch chirurg kijkt op een TV-
monitor waarop het beeld van de knie verschijnt.
De camera heeft een sterk "vergrotend"
effect waardoor alle beelden groot,
duidelijk en in natuurgetrouwe kleuren 
worden weergegeven. 
In veel gevallen kunt u meekijken op de
monitor 
naar de operatie in de knie.              




Door het steekgaatje in de huid kan een tasthaakje ingebracht worden waarmee de structuren in de knie kunnen worden getest. Bovendien is het mogelijk om met kleine schaartjes , knippers of een shaver (zuigbuis met een afsnijdmechaniek) de beschadigde meniscus of beschadigd kraakbeen te verwijderen of schoon te maken.

Aan het einde van de ingreep komen er hechtpleisters op de wondjes. Als het wondje bloedt of als door omstandigheden een wondje wat groter gemaakt moet worden, worden de wondjes gehecht. Daarover komt een groot drukverband. De bevindingen tijdens de operatie worden in een schematisch verslag getekend om bij de poliklinische controle de gevonden afwijking(en) en de uitgevoerde behandeling(en) te kunnen bespreken. 

Organisatie

De operatie wordt in principe in dagbehandeling verricht.

De opnameduur in het ziekenhuis bedraagt vaak 6-8 uur, u komt enkele uren voor het geplande operatietijdstip en enkele uren na de operatie mag u weer naar huis gaan. Doordat de werkzaamheden op het operatiecomplex nooit precies zijn in te plannen ten gevolge van bijvoorbeeld acute operaties, kan het zijn dat u wat langer op uw operatie moet wachten. Ongeveer een kwartier voor de operatie wordt u naar de voorbereidingsruimte (holding) op het operatiecomplex gebracht. Daar krijgt u onder andere een infuus (slangetje voor vochttoediening in de arm). Vlak voor de operatie wordt u naar de operatiekamer gebracht en mag u van het ziekenhuisbed overstappen op de operatietafel. Vervolgens zal de anesthesist u uw verdoving toedienen, in de meeste gevallen een ruggenprik, soms algehele narcose.

Na de operatie gaat u weer op uw ziekenhuisbed naar de verkoeverkamer, waar u nog enige tijd ter controle van o.a. de bloeddruk, doorbrengt. Vervolgens gaat u weer terug naar de verpleegafdeling alwaar u nog enige uren verblijft. Voor dat u weer naar huis gaat is het belangrijk dat u weer heeft geplast. Bovendien komt de fysiotherapeut u nog enige instructies geven. U krijgt enkele pijnstillers mee naar huis voor eventueel gebruik in de eerste nacht.

Nabehandeling

In de meeste gevallen mag u het geopereerde been direct weer gaan belasten op geleide van de pijn.

De eerste nacht na de operatie willen wij uit voorzorg graag dat er iemand bij u thuis is om u te kunnen helpen bij problemen. Indien u hierover niet kunt beschikken is het beter om gedurende een nacht in het ziekenhuis over te blijven. Dit dient u dan wel vroegtijdig aan te geven.De eerste dagen loopt u vaak wat mankend, maar geleidelijk aan kan u weer normaal lopen. Het is meestal niet nodig om elleboogskrukken mee te nemen naar het ziekenhuis. Echter indien er een kraakbeenherstel operatie is uitgevoerd (forage, opboren) mag u het geopereerde been gedurende 6 weken niet belasten en dient u met 2 elleboogskrukken te lopen.

Het drukverband mag u 24 uur na de operatie zelf weer verwijderen, de hechtpleistertjes mag u na 5 dagen verwijderen. De wondjes dient u dan ook 5 dagen droog te houden. Eventuele hechtingen worden bij de eerste controle verwijderd. Afhankelijk van uw herstel en uw werkzaamheden kunt u na 1-3 weken weer aan het werk. Indien het geopereerde been weer geheel normaal functioneert, kunt u weer zelf autorijden. Het kapsel onder de wondjes kan gedurende 6 weken wat opgezet zijn. Dit trekt vanzelf weg.

Ongeveer 2 tot 3 weken na de operatie komt u op de polikliniek ter controle, de precieze locatie en de datum staan vermeld op uw afsprakenkaartje.

Fysiotherapie: Fysiotherapeutische nabehandeling is in de meeste gevallen niet noodzakelijk. Indien er echter een letsel is vastgesteld aan uw voorste kruisband, dan adviseren wij u om gedurende zeker 8-12 weken intensief te oefenen onder leiding van een fysiotherapeut. Indien daarna nog steeds instabiliteitklachten resteren, kan overwogen worden om een vervangingsoperatie van de voorste kruisband uit te voeren. (zie kruisbandletsel)

Restklachten: Met name indien er bij artroscopie slijtage van het kraakbeen (artrose) is vastgesteld kan het zijn dat u na de operatie klachten van de knie blijft houden. De knie kan dan zeker 6 weken dik en pijnlijk zijn. Meestal verbeteren de klachten daarna alsnog. Indien de klachten toch hinderlijk blijven kan een vervolgbehandeling noodzakelijk zijn, al dan niet door middel van een operatie.

Zie ook:

Complicaties

Complicaties na een kijkoperatie worden gelukkig zelden gezien. Het betreft een relatief kleine en kortdurende operatie met slechts enkele kleine wondjes. De complicaties die zouden kunnen voorkomen worden hieronder beschreven.

Nabloeding uit de wondjes: de insteekwondjes in de huid waardoor de instrumenten bij de artroscopie de knie worden ingebracht hoeven meestal niet gehecht te worden, er worden dan hechtstripjes gebruikt. Toch kunnen ze soms nabloeden. Het verwisselen van het verband en / of de pleistertjes helpt vaak afdoende. Zelden is het nodig om later alsnog een hechting te leggen. U kunt in die gevallen bellen met de Spoed Eidende Hulp of het nodig is om langs te komen.

Infectie: de kans op een infectie is bijna nihil. Op de operatiekamer werken wij onder steriele omstandigheden en doordat de knie tijdens de kijkoperatie continu wordt gespoeld met een steriele zoutoplossing krijgen bacteriën eigenlijk geen kans. Mocht de knie echter pijnlijk, gezwollen, rood en warm worden, gepaard gaande met koorts en eventueel pus afvloed uit de wondjes, dan moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

Trombosebeen (diepe veneuze trombose): Dit risico is gering. Ten gevolge van de operatie en het feit dat u na de operatie meestal wat minder mobiel bent, is er soms tijdelijk sprake van een verminderde bloeddoorstroming in het geopereerde been. Dit kan tot gevolg hebben dat er een bloedstolsel in een bloedvat van het been ontstaat waardoor een gespannen, dik, glanzend en pijnlijk been ontstaat. Om die reden krijgt u op de dag van opname een injectie ter preventie van trombose. Het is verstandig om zo spoedig mogelijk na de operatie de knie en de enkel weer te gaan bewegen en langdurig stilzitten te vermijden. Roken, overgewicht, een verhoogd cholesterolgehalte en het gebruik van de "pil" (anticonceptie) vergroten het risico op trombose.

Zwelling / vocht in de knie (hydrops): na artroscopie is het normaal dat de knie gedurende enige dagen tot ongeveer 2 weken dik is. De operatie veroorzaakt een reactie van het slijmvlies in de knie. Bij knieën met (enige) artrose kan de knie soms wel 6 weken na de operatie wat dik blijven. Ook kan in de knie een bloeding ontstaan die zwelling van de knie veroorzaakt. Dit vocht en bloed wordt door het lichaam zelf opgelost om uiteindelijk volledig te verdwijnen. Deze klachten kunnen ook goed reageren op het gebruik van een ontstekingsremmer en op het koelen van de knie.
Verder is het normaal dat het kapsel rondom de wondjes na de operatie opgezet is. Dit kan aanvankelijk de beweging van de knie wat belemmeren. De zwelling rond deze wondjes verdwijnt geleidelijk binnen 6 weken volledig.

Nabloeding in de knie: aan het einde van de operatie wordt een drukverband om de knie aangebracht dat u na 24 uur mag verwijderen. Desondanks kan soms toch een zodanige zwelling ontstaan dat de pijn met gewone pijnstillers in hoge dosering niet te behandelen is. In die gevallen is het raadzaam contact op te nemen met het ziekenhuis.

 

Terug naar het onderwerp Knie - Ga terug naar boven