Rijnland Zorggroep    Polikliniek    Afdeling    Contact
   - Enkelklachten


Enkelklachten

Klachten van het enkelgewricht

Algemeen
De twee botten van het onderbeen, de tibia (scheenbeen) en de fibula (kuitbeen) komen dusdanig samen in het enkelgewricht dat zij een twee-tandse vork vormen, de zogenaamde enkelvork, waartussen de talus (sprongbeen) wordt gevangen, waarmee een goede stabiliteit wordt bereikt. Dit wordt het bovenste spronggewricht genoemd. Dit rolgewricht stelt de voet in staat op en neer te bewegen. Het gewricht tussen sprongbeen en hielbeen wordt het onderste spronggewricht genoemd. Dit stelt de voet in staat naar binnen en naar buiten te bewegen. Verder zijn voor de orthopedie de enkelbanden m.n. aan de laterale (buiten)zijde van belang.

Instabiliteit

Osteochondritis dissecans

























Instabiliteit

Inleiding
Een enkel distorsie (zwikken) is een veel voorkomende blessure, vaak gepaard gaande met een beschadiging van de banden aan de buitenzijde van de enkel. Deze enkelband is de band die het vaakst scheurt, vooral bij balsporten en sporten waarbij gesprongen wordt. Afhankelijk van de ernst van de distorsie is de mate van scheuring van het bandencomplex. Bij lichte distorsies kan uitsluitend sprake zijn van een verrekking van de banden, zonder verscheuring. Gedeeltelijke en volledige scheuring (minder frequent) kan voorkomen.
Schematisch beeld van gescheurde enkelbanden bij het naar binnen knikken van de voet.


Stressfoto bij ernstige instabiliteit: bij naar binnen bewegen van de voet kantelt het sprongbeen te ver naar buiten in de enkelvork.Stellen van de diagnose

De enkel is pijnlijk bij belasten en bewegen. Er is zwelling en drukpijn aan de buitenzijde van de enkel. Er ontstaat een bloeduitstorting met later verkleuring van de buitenkant van de voet. Bij ernstige scheuring is bij onderzoek is een abnormale beweeglijkheid op te wekken (schuiflade). Het röntgenonderzoek kan soms, maar lang niet altijd, de instabiliteit aantonen. Het röntgenonderzoek is vooral van belang om een botbreuk uit te sluiten.

Behandeling
De behandeling is erop gericht blijvende instabiliteit met als gevolg herhaalde verstuikingen te voorkomen. Afhankelijk van de zwelling en de ernst van de klachten is dit aanvankelijk een drukverband of gipsspalk. Daarna wordt de enkel een periode gesteund met een tape verband. Na ongeveer 6 weken kan de fysiotherapeut de reflexen in de spieren die de enkel mede stabiel houden gaan oefenen (coördinatietraining). Meestal lukt het hiermee een klachtenvrije enkel te krijgen. Lukt het niet dan kan de enkel operatief stabieler gemaakt worden. Hierbij wordt of een deel van een pees die de enkel overbrugt als nieuwe band gebruikt of resten van de gescheurde banden en kapsel worden strak getrokken en vastgezet. Hierna volgt een gipsperiode en eventueel een tapebehandeling.
Het herstel hierna neemt meerdere maanden in beslag waarvan zeker 6 weken gips of tape en nadien fysiotherapie. Naast de normale operatierisico's en infectie of wondgenezingstoornissen kan trombose optreden. Hiervoor krijgt u meerdere weken bloedverdunnende injecties voorgeschreven.


Osteochondritis dissecans

Er is een stukje kraakbeen losgelaten van het sprongbeen. Dit kan los komen te liggen in het gewricht.Inleiding
In de tienerjaren kan er lokaal aan het oppervlak van het sprongbeen (talus) een doorbloedingstoornis optreden met onbekende oorzaak. Vaak wordt dit niet opgemerkt en ontstaan pas veel later klachten. Een afgestorven stukje bot laat dan los, samen met de kraakbeen-bekleding van het gewricht ter plaatse.
Een vergelijkbaar letsel kan ontstaan bij een forse distorsie.

Stellen van de diagnose
De enkel is pijnlijk en gezwollen, klachten die toenemen bij meer belasten. Soms ontstaan slotklachten doordat het afgebroken stukje ("gewrichtsmuis") tussen de gewrichtsdelen kan komen. De beweeglijkheid van de enkel wordt af en toe geblokkeerd.
Het röntgenonderzoek geeft een typisch beeld.

Behandeling
De behandeling is eigenlijk altijd operatief. Via een kijkoperatie wordt het losse kraakbeenstukje verwijderd en de bodem van het kleine defect bewerkt met boorgaatjes of geponste gaatjes, waarmee wordt gestimuleerd dat het ontstane defect zich opvult met littekenweefsel ("reparatiekraakbeen"). Dit gaat het beste als na de ingreep de enkel 6 weken niet wordt belast (dus krukken) maar wel beweegt.
Complicaties worden vrijwel niet gezien, wel is er de kans dat zich na jaren arthrose (slijtage) ontwikkelt. Dit is echter geen complicatie van de bahendeling maar een gevolg van de aandoening.

                                                                                                                                Naar boven

© 2006 Maatschap Orthopaedie Rijnland Ziekenhuis (Webmaster C.P.J. Visser)  -  site implementatie: Websnap