Rijnland Zorggroep    Polikliniek    Afdeling    Contact
   - Voorvoet


De voorvoet

Afwijkingen van de voorvoet

Hallux valgus

Hamertenen / klauwtenen

Platvoet / Spreidvoet

Morton's neuroom

Slijtage grote teen (hallux rigidus)


Hallux valgus

Inleiding
Hallux is de Latijnse naam voor ‘grote teen’. Hallux valgus beschrijft een standafwijking, waarbij de grote teen naar buiten gaat staan in de richting van de kleine teen. Hierbij ontstaat een soms pijnlijke, botbobbel met een slijmbeurs (bunion) aan de binnenzijde van de grote teen. Op den duur komt de teen zelfs in een gedraaide stand te staan.

Voorbeeld van forse hallux valgus beiderzijds. Er bestaan 2 vormen, de juveniele vorm die al op kinderleeftijd optreedt, en de volwassen vorm, die op latere leeftijd optreedt. De aandoening komt meer bij vrouwen voor dan bij mannen (90%). Deels is er een erfelijke factor. Bij 60% van de vrouwen met een hallux valgus hebben meerdere familieleden dezelfde kwaal. Vaak is er sprake van een doorgezakte voet en een verkorte Achillespees. Verder hebben de damesschoenen waarschijnlijk een aandeel in het ontwikkelen van een hallux valgus. De schoen is vaak te smal voor de voet, en door de hak komt meer druk op de voorvoet.

Klachten
Veel patiënten met een hallux valgus hebben geen klachten.
Als er pijn optreedt, is dat meestal ter plaatse van de bunion, die door druk van de schoen geďrriteerd kan raken. Er ontstaat een pijnlijke, rode slijmbeursontsteking. Ook kan door de scheve stand van de grote teen pijn optreden of een drukplekje ontstaan bij de tweede teen, die in de knel komt te zitten.
 
 

Stellen van de diagnose
Op basis van lichamelijk onderzoek wordt de diagnose hallux valgus gesteld. Aanvullend zal een röntgenfoto gemaakt worden, om te zien of er tevens sprake is van slijtage van het gewricht tussen middenvoetsbeentje en grote teen, en hoe ernstig de standafwijking van de botdelen röntgenologisch is. Dit wordt opgemeten en uitgedrukt in graden.

Behandeling
Aanvankelijk zal de behandeling gericht zijn op het oplossen van de klachten zonder dat een operatie hiervoor nodig is (conservatief).
De opties zijn:
- Draag geen schoenen met een extreme hak, of schoenen die aan de voorzijde heel smal zijn
- Koop schoenen van zacht leer, en laat deze eventueel oprekken ter plaatse van de bunion.
- Uw orthopaedisch chirurg vindt vaak naast de hallux valgus ook een platvoet (pes planum) of pijn en eelt onder de bal van de voet (metatarsalgie). Met een steunzool zijn deze afwijkingen vaak goed te verhelpen.

Bij een hallux valgus wijst de grote teen naar buiten. De hoek tussen de as van het eerste middenvoetsbeentje en de grote teen is vergroot. Hierdoor ontstaat een pijnlijke knok (bunion) aan de binnenzijde (cirkel).

Operatie
Als ondanks bovenstaande maatregelen de hallux valgus pijnlijk blijft, kan in samenspraak met uw behandelend arts besloten worden om de standafwijking tijdens een operatie te corrigeren. Er zijn zeer veel verschillende technieken om de stand te corrigeren. De bij u gekozen techniek zal onder andere afhangen van de ernst van de afwijking, eventueel bijkomende artrose, uw leeftijd en activiteitenniveau.

De operatieve ingreep bestaat uit verschillende methoden, vaak wordt gebruik gemaakt van een combinatie van:

Herstellen van de weke delen: hierbij worden de structuren rond het gewricht aan de basis van de grote teen hersteld, die waren gekrompen of uitgerekt door de hallux valgus.

Osteotomie: afhankelijk van de plaats en ernst van de afwijking wordt in het middenvoetsbeentje het bot doorgezaagd (osteotomie) en in gecorrigeerde stand weer aan elkaar gezet. Hiervoor zijn allerlei technieken mogelijk zoals de Chevron osteotomie, de Hohman osteotomie Wilson osteotomie, de Scarf osteotomie en dergelijke.

Artrodese: als er tevens sprake is van ernstige slijtage (artrose) van het gewricht tussen middenvoetsbeentje en grote teen of de standafwijking te groot is, wordt dit gewrichtje vastgezet.

Opereren vanwege uitsluitend het cosmetische aspect van de standsafwijking van de grote teen is géén indicatie voor een operatie.

Nabehandeling
De nabehandeling varieert, afhankelijk van de gebruikte techniek en fixatiemethode. U kunt nabehandeld worden in gips of steunend drukverband (soms met een zogenaamde teenspica). Afhankelijk van de ingreep mag u de voet enige weken wel of niet belasten. Indien u mag belasten dan mag dat uitsluitend met een gipszool of klittenbandschoentje. Dit wordt u door uw behandelend orthopedisch chirurg van tevoren uitgelegd.

Op het moment dat de voet uit het gips of verband komt is de grote teen vaak stijf geworden. U kunt deze zelf weer oefenen. Vaak hebben patiënten het eerste half jaar na de operatie nog last van een stijf gevoel of een zwelling in de teen.

Complicaties
Wondinfectie:
in dit geval zult u enkele keren extra gecontroleerd worden en mogelijk gedurende een aantal dagen behandeld worden met antibiotica in tabletvorm.

Pseudarthrose: soms groeit het bot bij de osteotomie niet binnen de verwachte tijd van 6 weken aan elkaar. Uw behandelend chirurg kan dan besluiten, u langer met gips te behandelen. Zelden moet in een dergelijk geval nog een tweede keer geopereerd worden.

Trombosebeen: hiervoor wordt u geadviseerd na de operatie zo snel mogelijk uw kuitspier te gaan oefenen. Dit doet u door uw voet telkens op en neer te bewegen ("richting de neus trekken en naar de grond te bewegen.") Als u onderbeensgips heeft dat deze bewegingen niet toelaat, wordt u voor die tijd beschermd met een bloedverdunnend medicijn Fraxiparine.

Recidief: Soms groeit de teen, jaren na de eerste operatie, terug in de oude stand. De operatie kan dan nog een keer herhaald worden.
                                                                                                                           Naar boven


Hamertenen en klauwtenen

InleidingTypische irritatie aan de rugzijde van de teengewrichten bij klauw- en hamertenen
De grote teen heeft 2 kootjes, de andere vier tenen hebben 3 kootjes. Als het eerste en tweede teenkootje van een teen in een onnatuurlijke hoek staan ten opzichte van elkaar, raakt het uiteinde van de teen (teentop) de grond. Als de stand nog beweeglijk en corrigeerbaar is spreken we van een dynamische klauwteen. Is deze stand blijvend, dan spreken we van een gefixeerde klauwteen. Bij een hamerteen staat het eerste gewricht gebogen en het laatste gewrichtje overstrekt Ook hierbij kennen we een dynamische en gefixeerde vorm. Vaak wordt alleen de term hamerteen voor beide soorten afwijkingen gebruikt.

Oorzaken van een klauwteen of hamerteen zijn o.a. een doorgezakte voorvoet, slijtage (artrose), een holvoet, een scheefstand van de grote teen (hallux valgus), hoge spierspanning van de voetspieren, een teen die te lang is ten opzichte van de andere tenen of het dragen van te kleine schoenen.

Klachten
Pijnlijke tweede teen, hier bij (te) lange tweede straal.
Detail klauwteen. Pijn ontstaat bovenop het gewrichtje, maar ook onder de top van de teen aan de vloerzijde.

Doordat de teen een afwijkende stand heeft, ontstaat er eelt of een likdoorn op de teentoppen en de teenknokkels. Dit kan pijnlijk zijn vooral als u schoenen draagt.

Behandeling
Allereerst zal uw behandelend arts geproberen uw klachten te verhelpen zonder hiervoor een operatie uit te voeren (conservatief). Dit kan door u een schoenadvies te geven, of steunzolen voor te schrijven. Als ondanks bovenstaande maatregelen de pijnklachten aanhouden, kan een operatieve behandeling voorgesteld worden.

Opereren vanwege uitsluitend het cosmetische aspect van de standsafwijking van de grote teen is géén indicatie voor een operatie !

Operatie
Indien er één teen gecorrigeerd moet worden kan dit poliklinisch onder plaatselijke (lokale) verdoving. Als er sprake is van meerdere hamertenen, of als er uitgebreidere ingrepen nodig zijn om de afwijkende stand van één of meerdere tenen te corrigeren, kan uw behandelend orthopaedisch chirurg besluiten deze operatie in dagbehandeling op de operatiekamer uit te voeren.

Bij een hamerteencorrectie wordt het gewricht tussen het eerste en tweede kootje van de teen verwijderd, inclusief een deel van het eerste kootje. Bij het vastzetten (artrodese) wordt weinig bot weggehaald en groeien de kootjes aan elkaar vast, ook kan besloten worden meer bot weg te halen en de kootjes niet te laten vastgroeien. In het begin is de teen slap, door vorming van stug littekenweefsel krijgt de teen uiteindelijk weer stevigheid.
Door deze ingrepen wordt de teen korter en zal de teen geen drukproblemen meer kunnen veroorzaken.
Soms is het nodig om het kapsel van het gewricht tussen het middenvoetsbeentje en de hamerteen los te maken, of om de strekpees te verlengen.
De teen kan tijdelijk met een metalen pennetje in de gewenste stand gefixeerd worden.

Nabehandeling
Na de operatieve correctie van een hamerteen mag u diezelfde dag naar huis. Er zit op dat moment een groot verband om de teen en u mag niet zelf autorijden. Na enkele dagen rust mag u weer voorzichtig op de voet gaan lopen.

Als er een metalen pennetje in de teen geplaatst is, mag u wel op de hiel of de platte voet lopen, maar niet op de tenen, omdat het pennetje zou kunnen breken. Na 3 tot 4 weken wordt het metalen pennetje op de gipskamer verwijderd.

De geopereerde teen kan nog maanden na de operatie dik worden. Ook past u in de eerste weken na de operatie soms nog niet in uw eigen schoenen.

Complicaties
Wondinfectie:
in dit geval zult u enkele keren extra gecontroleerd worden en mogelijk gedurende een aantal dagen behandeld worden met antibiotica in tabletvorm.

Trombosebeen: hoewel het hier een kleine ingreep betreft is er altijd een klein risico op het krijgen van trombose. Daarom wordt geadviseerd na de operatie zo snel mogelijk uw kuitspier te gaan oefenen. Dit doet u door uw voet telkens op en neer te bewegen ("richting de neus trekken en naar de grond te bewegen.")

Recidief: Soms groeien de teen, jaren na de eerste operatie, terug in de oude stand. De operatie kan dan nog een keer herhaald worden.
                                                                                                                         Naar boven


Platvoet / Spreidvoet

Inleiding
De normale voet heeft aan de binnenzijde van de voet een boog (het mediale voetgewelf), die ongeveer 1,3 cm hoog is. Bij een platvoet is deze boog afgenomen of niet meer aanwezig. De voet is hierdoor kwetsbaarder. Bij een holvoet is de boog juist toegenomen. Hierbij is de voet vaak stijver.

Oorzaak
De standafwijkingen van de voet ontstaan vaak gedurende de jonge volwassenheid. Veel jonge kinderen hebben doorgezakte voeten of platvoeten. Bij kinderen hoeft deze afwijking alléén behandeld te worden als er sprake is van pijn. Bij een sterke knikstand van de hiel met een platvoet kunnen kinderen klagen over een vermoeid gevoel in de voeten bij het langer lopen. Deze klachten kunnen verdwijnen met een speciale corrigerende steunzool. In de meeste gevallen herstelt de platvoet in de loop van de groei. Bij sommige kinderen is er sprake van een stijve platvoet. Dit zien wij bij aangeboren verbindingen tussen de voetbotten (coalities) waardoor deze niet normaal t.o.v. elkaar kunnen bewegen. Zo'n contracte platvoet moet soms geopereerd worden.

Vaak herstelt de platvoet bij kinderen in de loop van de groei. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat (steun)zooltjes het natuurlijke beloop niet beďnvloeden.
Slechte schoenen worden soms als oorzaak aangegeven, dit is echter nooit aangetoond. Ook is er vaak sprake van een erfelijke component. Bij de holvoet is er soms sprake van een neurologische aandoening als oorzaak van deze voetafwijking.

Bij volwassenen zien wij soms een verworven platvoet, hierbij is een pees van de voet gescheurd en zakt de voet weg en kantelt naar binnen. In sommige gevallen moet zo een voet geopereerd worden.

Klachten
In principe geven lichte standsafwijkingen van de voet vaak geen klachten. Echter, bij een forse plat- of holvoet of bij veel belasten van de voet met een standsafwijking kunnen pijnklachten optreden en een vermoeid gevoel rond enkel en voorvoet. Ook kunnen bij platvoeten knieklachten optreden, omdat de knie scheef belast wordt.

Behandeling
Deze bestaat uit het laten aanmeten van goede steunzolen bij de orthopaedisch schoenmaker. Ook worden schoenadviezen gegeven door uw behandelend arts.

In sommige gevallen kunnen de klachten van de voorvoet niet bestreden worden met een zooltje. Dit is met name het geval bij doorgezakte gewrichtjes van de 2e, 3e en 4e straal van de voet.In die gevallen kan besloten worden tot het operatief inkorten van de middenvoetsbeentjes waardoor de overmatige druk op de gewrichtjes verdwijnt. Deze ingreep wordt vrijwel altijd uitgevoerd in combinatie met een hallux valgusoperatie of een hamer- of klauwteenoperatie.

                                                                                                                           Naar boven

Morton's neuroom Tussen de 3e en 4e straal is een verdikte gevoelszenuw (cirkel) te zien, het Morton's neuroom.

Inleiding
In samenhang met de platvoet of spreidvoet kan in de voorvoet een verdikking van één van de gevoelszenuwen optreden. Dit gebeurt ter hoogte van de gewrichtjes tussen de middenvoetsbeentjes en het eerste kootje van de tenen (metatarsophalangeaal gewrichten).

Oorzaak
De Morton's neuromen treden met name op tussen teen 3 en 4 (80-90%) en tussen teen 2 en 3 (10-20%). De oorzaak is vaak te vinden in het doorzakken van de voorvoet waardoor het zenuwtje klem kan komen te zitten tussen de gewrichtskopjes.

Klachten
Patiënten voelen een brandende pijn, tintelingen of een 'dood' gevoel tussen de 2 tenen, waar de zenuwverdikking knel zit. Ook wordt aangegeven dat het lijkt of er een kiezeltje in de voorvoet zit. De pijnklachten nemen toe bij het dragen van (knellende) schoenen en met lopen.

De diagnose wordt gesteld door middel van uitvragen van de klachten, het doen van lichamelijk onderzoek, sporadisch wordt eventueel echografie gedaan.

Behandeling
De behandeling kan niet-operatief zijn (conservatieve behandeling) of operatief.

Conservatief:
Als sprake is van een Morton's neuroom kan een keer een lokale corticosteroidinjectie gegeven wordt, met de bedoeling dat de zwelling van de zenuw af zal nemen. (zie injectie) Ook kunnen schoenadviezen gegeven worden en eventueel steunzolen geadviseerd worden om de overmatige rek op de zenuw te verminderen.

Operatief:
Als deze maatregelen niet afdoende helpen, zal uw chirurg voorstellen een operatie te doen, waarbij het stukje zenuw waarin de verdikking zich bevindt uit de voet verwijderd wordt.

U wordt in dagbehandeling opgenomen en via een ruggenprik worden de benen tijdelijk verdoofd. Plaatselijke verdoving is mogelijk maar verdoven van de voetzool is erg pijnlijk en bovendien kan niet gegarandeerd worden dat het hele operatiegebied verdoofd is.De chirurg maakt een snee aan de bovenzijde of aan de onderzijde van de voet, waarbij de zenuwverdikking wordt opgezocht en verwijderd wordt.

U verlaat dezelfde dag het ziekenhuis en heeft dan nog een drukverband om de voet. U mag al wel op de hiel of platte voet steunen. Na 1-2 dagen haalt u het verband van de voet en mag u voorzichtig op de voet gaan lopen. In het begin zult u nog wondpijn hebben. Na twee weken worden de hechtingen verwijderd.

Complicaties
Zoals bij iedere operatie is er kans op een wondinfectie. Ook is er een kleine kans op het ontwikkelen van een trombosebeen. Daarom wordt geadviseerd direct na de operatie, als het gevoel weer terug is in de benen, te starten met het oefenen van de kuitspieren, om trombose te voorkomen.
De kans op deze complicaties ligt tussen de 1 en 4%.

                                                                                                                           Naar boven

Slijtage grote teen (hallux rigidus)

Voorbeeld van hallux rigidus, hier met lichte valgusstand en knok.Inleiding
In de voorvoet is het gewricht tussen het eerste middenvoetsbeentje en de grote teen de meest voorkomende plaats van slijtage (artrose). Dit komt vaak voor op oudere leeftijd. Doordat dit gewricht de grootste druk opvangt bij het afwikkelen van de voorvoet is dit vaak het meest vatbaar voor artrose. Indien er tevens een scheefstand is (valgus), dan is er sprake van een hallux rigidovalgus.

Oorzaken
De belangrijkste oorzaak is primaire artrose, waarbij de leeftijd een rol speelt in de ontwikkeling van deze aandoening.

Bij secundaire artrose kan op basis van een andere aandoening of ziektebeeld een versnelde slijtage optreden van dit gewricht. De belangrijkste oorzaken zijn jicht, reuma en een eerder doorgemaakte botbreuk. Ook kan een langer bestaande standsafwijking van de grote teen (hallux valgus) oorzaak zijn van asymmetrische belasting waardoor slijtage ontstaat.

Klachten
Door de slijtage treedt een vormverandering van het gewricht op. Het lichaam maakt meer bot aan, dit is soms aan de buitenkant van de voet te zien. Ook treedt stijfheid van het gewricht op en is de grote teen minder beweeglijk. Dit kan hinderlijk zijn bij het afwikkelen van de voorvoet. De belangrijkste klacht is pijn. In een vroeg stadium treedt de pijn vooral op tijdens belasten van de voet. Bij ernstige slijtage is soms in rust of ’s nachts ook sprake van pijn of vervelende steken ter plaatse van het gewricht.

Diagnose
Uw behandelend arts stelt de diagnose door verrichten van lichamelijk onderzoek en het maken van een röntgenfoto van de voet.

Behandeling
Aanvankelijk zal uw orthopaedisch chirurg de aandoening proberen te behandelen zonder te opereren (conservatief). Hierbij krijgt u een zogenaamde afwikkelvoorziening met zoolverstijving onder de schoen, waarbij het afwikkelmoment van de voet dichter bij de hiel komt te liggen. Zo wordt het versleten gewrichtje ontlast.

Als ondanks bovengenoemde maatregelen het gewricht pijnlijk blijft, kan besloten worden om te opereren.

Operatie
De operatie vindt plaats op de operatiekamer, u wordt hiervoor 1 nacht (2 dagen) opgenomen.

Er zijn twee soorten operaties, de arthrodese en de resectie-arthroplastiek.

Arthrodese:
Tijdens de operatie wordt het gewricht tussen het eerste middenvoetsbeentje en de grote teen vastgezet. Dit gebeurd met enkele schroeven of een klein metalen plaatje.
Voor de operatie bespreekt uw behandelend chirurg met u in welke stand dit zal gebeuren. Hierbij wordt voornamelijk rekening gehouden met het feit of u na de operatie vaak op schoenen met een hak wenst te lopen.

Resectie-arthroplastiek:
Op oudere leeftijd kan gekozen worden voor een operatie waarbij een deel van het gewricht weggehaald wordt (resectie). Het gewricht is aanvankelijk slap, maat door vorming van littekenweefsel wordt het gewricht in ongeveer 6 weken vanzelf weer steviger. Het voordeel van deze techniek is dat de teen mobiel blijft en dat de revalidatie wat sneller is dan bij de arthrodese. Aangepast schoeisel is na de operatie niet nodig. Het nadeel van deze operatie is een verminderde afzetkracht, vandaar dat deze ingreep niet bij jonge mensen verricht wordt. De teen wordt altijd wat korter door de ingreep.

Nabehandeling
Arthrodese
Na de operatie krijgt u gips om de voet. Na de operatie mag u met een speciaal klittenbandschoentje belasten.Na zes weken wordt dit gips verwijderd, en mag u de voet weer in een schoen belasten. Uw schoen moet vanaf de operatie voorzien zijn van een afwikkelvoorziening, zoals eerder uitgelegd is.

Resectie-arthroplastiek
Na de operatie krijgt u een drukverband om de voet. Na de operatie mag u met een speciaal klittenbandschoentje belasten. Na zes weken wordt dit verwijderd, en mag u de voet weer in een schoen belasten.

Complicaties
Wondinfectie:
in dit geval zult u enkele keren extra gecontroleerd worden en mogelijk gedurende een aantal dagen behandeld worden met antibiotica in tablet of capsulevorm

Pseudarthrose: soms groeit het bot tussen het middenvoetsbeentje en de grote teen niet binnen de verwachte tijd van 6 weken aan elkaar. Uw behandelend chirurg kan dan besluiten, u langer met gips te behandelen. Soms moet in zo’n geval nog een tweede keer geopereerd worden.

Thrombosebeen: hiervoor wordt u geadviseerd na de operatie zo snel mogelijk uw kuitspier te gaan oefenen. Dit doet u door uw voet telkens op en neer te bewegen ("richting de neus trekken en naar de grond te bewegen.") Als u onderbeensgips heeft dat deze bewegingen niet toelaat, wordt u voor die tijd beschermd met een bloedverdunnend medicijn Fraxiparine.


Terug naar het onderwerp voet / enkel                                                                     Naar boven

© 2006 Maatschap Orthopaedie Rijnland Ziekenhuis (Webmaster C.P.J. Visser)  -  site implementatie: Websnap