Rijnland Zorggroep    Polikliniek    Afdeling    Contact
 Nieuws


Nieuws  

  

      PERSBERICHT  

1 april 2010

Samenwerking orthopeden en sportartsen geintensiveerd.



'BEOORDELING VAN PATIËNTEN MET SPORTBLESSURE IN TEAMVERBAND'

Er bestaat een overlap in de diagnostiek en behandeling van patiënten met klachten van het bewegingsapparaat wat betreft het werkgebied van orthopedisch chirurg en sportarts.
Zo is de orthopeed meer gericht om blessures met schade (bijvoorbeeld een gescheurde meniscus), terwijl de sportarts zich meer bezig houdt met blessures door overbelasting of door bijvoorbeeld overrekking, waarvoor een operatie niet noodzakelijk is.
Wanneer iemand een letsel oploopt, is in het beginstadium door pijn en zwelling vaak niet goed in te schatten welk type letsel er is. Door samen naar een patiënt te kijken trachten wij sneller de juiste diagnose te stellen en een adequatere behandeling in te stellen. Dat kan de ene keer een snelle beslissing tot operatie betekenen, de andere keer juist een niet-operatief beleid met bijvoorbeeld rust, tape of fysiotherapie.
Een groep die hiervan met name zal profiteren is de groep patiënten met knieletsel. Doordat de orthopeed tegelijk met de sportarts spreekuur doet, kan bijvoorbeeld (indien nodig) een kijkoperatie snel worden afgesproken en uitgevoerd.

Niet alleen mensen met knieletsel zullen hiervan profiteren. Ook bij blessures van schouder en arm, rug, heup, enkel en voet heeft de samenwerking een duidelijke meerwaarde. Dit voordeel zit in het feit dat u altijd onder de hoede komt van degene die het meeste verstand van uw blessure heeft. Zo vullen de specialismen elkaar naadloos aan, zonder dat u eerst bij het ene specialisme "uitbehandeld" wordt en dan pas naar het volgende overstapt. Naast het kwaliteitsvoordeel scheelt deze aanpak in tijd voor de patiënt en in mogelijk onnodig extra onderzoek.

Mocht u een afspraak willen maken en u wilt voor uw blessure graag de mogelijkheid hebben door beide specialismen gezien te worden, meld dit dan aan de secretaresse bij het maken uw afspraak. U heeft één verwijsbrief van de huisarts nodig, ongeacht welke arts u ziet. U dient hiervoor een afspraak te maken op de poli orthopedie, daar wordt u dan door beide specialismen gezien. Dit geldt zowel voor de locatie Leiderdorp als de locatie Alphen.

Relevante links:

Afspraak maken poli

Orthopedische achtergrondinformatie

Kijkoperatie van de knie

PERSBERICHT

24 juli 2009

Groeiende vraag naar gespecialiseerde fysiotherapie voor schouderproblemen leidt tot oprichting van netwerk orthopaeden en fysiotherapeuten.

'UNIEKE VORM VAN KETENZORG: RIJNLAND SCHOUDERNETWERK'

Gezien de groeiende inzichten in schouderproblematiek en de toename van ingewikkelde schouderoperaties is er een sterke behoefte aan gespecialiseerde schouder-fysiotherapeuten. Dr. C.P.J. Visser, orthopaedisch chirurg van het Rijnland Ziekenhuis nam het initiatief en richtte het Rijnland Schoudernetwerk op.

Op 21 april jl. was de startbijeenkomst voor het Rijnland Schoudernetwerk. Dit netwerk is een initiatief van dr. C.P.J. Visser, orthopaedisch chirurg van het Rijnland Ziekenhuis. In het kader van de ketenzorg richtte hij samen met drie fysiotherapeuten uit de regio het Rijnland Schoudernetwerk op.

Er is gebleken dat er behoefte is aan gespecialiseerde schouderfysiotherapeuten, omdat er een toename is van ingewikkelde schouderoperaties. De schouder omvat namelijk meer dan alleen het schoudergewricht. Te denken valt aan het schouderblad met de aanhechtende spieren, de romp met de rompspieren, de rug en de nek. Bij nabehandeling van schouderoperaties, zoals prothesen of kijkoperaties heeft gerichte fysiotherapie een duidelijke meerwaarde voor de patiënt. Hierdoor heeft een patiënt een kortere revalidatie en complicaties zoals een verstijving van de schouder kunnen worden voorkomen.

Sinds de oprichting telt het Rijnland Schoudernetwerk inmiddels meer dan 21 praktijken, waarin ruim 36 geïnteresseerde en gespecialiseerde fysiotherapeuten werkzaam zijn.
Door bijscholing wordt de kennis van de orthopaedische behandeling van de schouder
bij de aangesloten fysiotherapeuten verder uitgebouwd.

Rijnland Schoudernetwerk is het derde netwerk in Nederland waar deze vorm van ketenzorg wordt uitgevoerd.

AD Groene Hart                                                                www.rijnlandschoudernetwerk.nl


PERSBERICHT

27 juni 2008

Elsevier-enquete 2008: Orthopeden Rijnland Ziekenhuis beste specialisten regio

'OP ZOEK NAAR EEN GOEDE ARTS?'

De orthopedisch chirurgen van het Rijnland Ziekenhuis worden door deskundigen gekozen als de beste orthopeden uit de regio. Met een score van 41 punten hoort Rijnland Orthopaedie bijna tot de top 10 van de orthopedische zorg in Nederland. Deze score is ruim boven het landelijk gemiddelde van 27 punten.
Al eerder werd door Elsevier, samen met onderzoeker Peter Langendijk, een ranglijst van beste ziekenhuizen in Nederland opgesteld. Ook toen scoorde Rijnland Orthopaedie de hoogste score samen met enkele andere ziekenhuizen.  

Videoverslag Radio TV West: "Rijnland Ziekenhuis trakteert op ijs", klik hier

    



Klik hier voor uitgebreidere informatie enquete 


Elsevier

PERSBERICHT   

31 maart 2008

Opening inloopspreekuur sportgeneeskunde en orthopaedie locatie Alphen, maart 2008

'SPORTPOLI IS WELKOME AANVULLING'

Sportverenigingen in het Groene Hart zien sportpoli’s en inloopspreekuren speciaal voor sportblessures als een welkome aanvulling.

De meeste clubs hebben weliswaar zelf verzorgers en EHBO’ers rondlopen, maar vinden het een geruststellende gedachte dat een geblesseerde speler snel bij een gespecialiseerde arts terechtkan.

Voorzitter Bob Valkenburg van voetbalvereniging Alphense Boys vindt het plan van het Rijnland Ziekenhuis om in Alphen een inloopspreekuur voor sporters op te zetten, een goed idee. Dit plan werd afgelopen week bekendgemaakt. ,,De behandeling van sportblessures is toch een specialisme. Ik zie het dan ook als een extra voorziening voor alle sporters in deze regio,’’ zegt Valkenburg.

Zijn club verkeert overigens in de gelukkige omstandigheid dat een van de leden huisarts is. Hij is bereid gevonden bij calamiteiten de eerste medische zorg te verlenen. Verder heeft Alphense Boys, zoals overigens veel veldsportverenigingen, eigen verzorgers en EHBO’ers.

,,Echt ernstig blessureleed komt hier niet veel voor. De laatste forse blessure was een jaar geleden. En dan is het een kwestie van een telefoontje naar het ziekenhuis.’’

Ook voetbalvereniging Waddinxveen en Sportclub Woerden kennen nauwelijks ernstige incidenten op de velden. ,,Het zijn voornamelijk lichte blessures,’’ zegt Geert Mattheij, voorzitter van Voetbalvereniging Waddinxveen. ,,Als er een keer in de maand iets gebeurt, is het veel. We weten precies hoe wij in die situaties moeten handelen. Als je een blessure niet serieus en snel laat behandelen, wordt het alleen maar eerger.’’ Ook Mattheij ziet daarom het nut in van een speciaal inloopspreekuur voor sporters.

Cees Groenendijk is bestuurslid van Sportclub Woerden. ,,Ik weet niet precies of het zin heeft. Hoe vaak komt het nou voor? Moet je daarvoor een spreekuur opzetten? Het kan natuurlijk ook geen kwaad,’’ relativeert Groenendijk.

Zijn vereniging heeft een eigen fysioruimte, verzorgers en afspraken met een Woerdense fysiotherapiepraktijk. Groenendijk vindt dat clubs ook een verantwoordelijkheid hebben om blessures te voorkomen. ,,Een goede voorbereiding op de wedstrijd is belangrijk. Wij hebben fitnessapparaten en massagetafels om onze sporters in optimale conditie te houden,’’ zegt Groenendijk.

Het Rijnland Ziekenhuis wil in Alphen op maandag een sporttraumaspreekuur beginnen. Dit moet voor iedereen toegankelijk zijn die in het weekend een sportblessure heeft opgelopen. Zonder afspraak kunnen de gedupeerden bij een arts terecht, zodat meteen een behandelplan kan worden gemaakt. Dit spreekuur in Alphen geldt al als een gedeeltelijke invulling van de ontbrekende afdeling spoedeisende hulp. In Gouda en Woerden is zo’n afdeling er wel. Daar kunnen onfortuinlijke sporters terecht. Zowel het Groene Hart Ziekenhuis als het Zuwe Hofpoort ziet niets in een specifiek inloopspreekuur op maandag. ,,Onze sportartsen, traumatologen en orthopeden werken hier vooral op maandag en dinsdag omdat zij dan sporters kunnen behandelen die zijn doorverwezen,’’ zegt een woordvoerster van het Groene Hart Ziekenhuis. Het Zuwe Hofpoort geeft artsen van de spoedafdeling een aanvullende opleiding door sportartsen.

Een acute sportblessure komt het vaakst voor. Jaarlijks is sprake van 1,5 miljoen sportblessures. Bij 1,3 miljoen slachtoffers gaat het om een acute sportblessure, dat is ruim 86 procent. Deze vorm van blessureleed is niet echt te voorkomen. Een kwetsuur is op te lopen door een klap of een elleboogje, botsing of een verkeerde beweging tijdens het sporten waardoor een kneuzing, scheuring, verstuiking of botbreuk ontstaat.

,,De behandeling hangt af van de aard van de blessure,’’ zegt een woordvoerster van het Rijnland Ziekenhuis. ,,Een sporter met ernstig letsel moet per ambulance naar spoedeisende hulp gebracht worden. Lichtere gevallen worden behandeld op een huisartsenpost of door de eigen hulpverleners van de clubs. Sporters kunnen dan op een later tijdstip een sportarts raadplegen.’’

Algemeen Dagblad

PERSBERICHT  

14 december 2007

Concurrentie bij totale heupoperatie niet alleen op kosten maar ook op kwaliteit

'CONCURRERENDE ZIEKENHUISZORG VEREIST MEETBARE KOSTENEFFECTIVITEIT'

In Medisch Contact is op 14 december jl. een artikel verschenen van A J der Kinderen, economisch adviseur van de zorggroep Rijnland en E.J.van Langelaan, orthopaedisch chirurg Rijnland ziekenhuis.
In het artikel ”Een Betere Positie”, wordt een voorbeeld gegeven van een kosteneffectiviteitmodel voor heupprothesen. In het competitieve B-segment moet een ziekenhuis goed voor de dag komen om te overleven. Er geldt, de beste zorg voor de beste prijs.

Teneinde inzicht in de kosten van de totale heup prothese BDC prijs te krijgen gaan wij uit van DBC zorgpaden waarbij de respectievelijke kosten gesommeerd worden. Van even groot belang is dat niet alleen de kosten maar ook de effecten( kwaliteit) in kaart gebracht worden. Deze effecten kunnen gemeten worden met een scoringssysteem, zoals de Oxford Hip Score. Kosten van een totale heupprothese kunnen niet los gezien worden van de kwaliteit, d.w.z. de effecten op langere termijn. Zo kan een slechtere kosteneffectiviteit gepaard gaan met een hogere kwaliteit omdat de effectscore hoger is.

Kosteneffectiviteitsanalyses ondersteunen ziekenhuizen in een meer competitieve markt, waarbij kwaliteit en kosten de belangrijkste beslisvariabelen voor verzekeraars zijn.

Literatuur:
-Een Betere Positie.
A J der Kinderen, E J van Langelaan
Medisch Contact 62 nr. 50 14 december 2007, 2075-2078

-The Oxford Hip Score
Gosens T, Hoefnagels NH,Vet RC de,Dhert WJ,Langelaan, EJ van, Bulstra SK, Geesink RG
Acta Orthop 2005 April; 76 (2) :204-11

Medisch Contact

PERSBERICHT 

1 februari 2007

Eindelijk doorbraak landelijke registratie kunstgewrichten

'REGISTRATIE PROTHESEN GOED VOOR PATIENT'


ROTTERDAM - Een landelijk register waarin alle heup-, knie- en schouderimplantaten zijn vastgelegd, kan de kwaliteit van die prothesen verbeteren. Ook verkleint een registratie de kans dat een operatie over moet. Dat stelt de vereniging van orthopedisch chirurgen in Nederland. 

De nieuwe voorzitter van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), Ruud Pöll, pleitte donderdag voor een landelijk register voor prothesen. Jaarlijks krijgen minimaal 40.000 Nederlanders een orthopedisch implantaat, voornamelijk kunstheupen en -kniën. Door de vergrijzing groeit dat aantal de komende jaren fors. Pöll betoogde donderdag op de jaarvergadering van de NOV in Rotterdam, dat een register de kwaliteit van de implantaten kan verbeteren en geld kan besparen.

Informeren
De beoogde database kan behalve als register ook dienen om artsen te informeren over nieuwe ontwikkelingen en de effecten daarvan. Dat komt de kwaliteit van de producten ten goede.

In Nederland moeten jaarlijks ongeveer 2000 heupoperaties over. De kosten van zo'n 'hersteloperatie' worden geschat op minimaal 12.000 euro. Volgens Pöll kan het aantal operaties dat binnen enkele jaren over moet aanzienlijk dalen als de gegevens van alle ingrepen in één register worden vastgelegd. Zorgverzekeraars en ziekenhuizen besparen daarmee op jaarbasis minimaal 5 miljoen euro.

Na jaren debat over zo'n register hebben de zorgverzekeraars toegezegd afspraken te maken met de ziekenhuizen over de financiering. (ANP) 

Algemeen Dagblad

PERSBERICHT 

31 januari 2007

Niet elke gewrichtsprothese is van dezelfde kwaliteit

'KUNSTHEUP DEUGT NIET'


ROTTERDAM - Een op de tien patiënten moet jaarlijks opnieuw onder het mes omdat bij een operatie aan knie, heup of schouder slechte implantaten zijn gebruikt. Dat onthult voorzitter Ruud Pöll van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) vandaag op de jaarvergadering. 

Jaarlijks krijgen ongeveer 40.000 Nederlanders een orthopedisch implantaat, vooral kunstheupen en -knieën. Door de vergrijzing zal het aantal chirurgisch orthopedische ingrepen flink stijgen. Om het aantal hersteloperaties in beginsel met duizend terug te dringen, pleit Pöll voor een landelijk registratiesysteem voor orthopedische implantaten. Daardoor kunnen slechte implantaten tijdig worden gesignaleerd. Het NOV zegt al jaren overleg te voeren met ziekenhuizen over hoe de kosten voor een registratiesysteem te declareren. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen zegt het probleem niet te herkennen. ,,De kosten zijn gelabeld door de zorgverzekeraars, dus wat is het probleem?’’ vraagt een woordvoerster. ,,Bovendien is de bron van het probleem dat er schijnbaar slechte implantaten op de markt zijn waardoor hersteloperaties nodig zijn, wat extra geld kost.’’

Nu is het zo dat een ingreep bij een patiënt die in Maastricht een implantaat heeft gekregen en vijf jaar later een revisie-operatie in Groningen ondergaat, omdat bijvoorbeeld een infectie optreedt, niet landelijk wordt geregistreerd, volgens Pöll. ,,Zo kun je dus niet vroegtijdig slechte implantaten opsporen en is de patiënt de dupe.’’ Volgens de NOV- voorzitter heeft Zweden al vijftien jaar zo’n registratiesysteem voor implantaten en ligt het aantal hersteloperaties daar met een op de twintig fors lager. De noodzakelijke investering voor een registratiesysteem kost jaarlijks een half miljoen en zou voor heupimplantaten alleen al een besparing van vijf miljoen euro per jaar opleveren.

Algemeen Dagblad

    PERSBERICHT    

                                                       14 december 2005

                    Patiënten met heupprothese Mallory Head tien jaar lang gevolgd

         ONGECEMENTEERDE KUNSTHEUPSTEEL FUNCTIONEERT BLIJVEND GOED


Met ruim 650 knie- en heupoperaties per jaar is de vakgroep orthopedie van het Rijnland Ziekenhuis Leiderdorp/Alphen aan den Rijn de grootste prothese-inbrenger in de regio. Dit jaar kregen ruim 250 patiënten een kunstheup van het type Mallory Head geïmplanteerd. Uit een follow-upstudie, waarin 150 patiënten ruim tien jaar gevolgd zijn, blijkt dat deze ongecementeerde prothese waarschijnlijk een prothese ‘voor het leven’ is.

In 1980 ontwikkelden de Amerikaanse artsen Thomas Mallory en Bill Head een nieuwe heupsteel. De prothese bestaat uit titanium en heeft een zogeheten hydroxy-apatiet coating. Traditionele materialen als staal en cement komen er dus niet aan te pas. Orthopedisch chirurg dr. Evert van Langelaan van het Rijnland Ziekenhuis implanteerde deze ongecementeerde heupsteel voor het eerst in 1988.
Begin jaren ’90 startte de vakgroep orthopedie met het volgen van patiënten met dit type kunstheup. Zo’n 150 patiënten beantwoordden een vragenlijst en kregen regelmatig een röntgenonderzoek. Van Langelaan: ‘Deze prospectieve vervolgstudie is met name bijzonder vanwege zijn lengte: een resultatenmeting van meer dan tien jaar, dat komt niet vaak voor. Bovendien zien we in zulke onderzoeken vaak dat de prothesekeuze nogal eens gewisseld wordt. In deze studie is de steel al die tijd onveranderd gebleven.’

De resultaten zijn uiterst positief. De steel blijkt zich uitstekend te fixeren in het bovenbeen; meer dan tachtig procent van de patiënten heeft nooit pijn. Van Langelaan: ‘De HA-coating zorgt voor een botingroei die het bovenbeen beschermt tegen slijtageproducten van de kop in de kom. Bovendien is titanium minder stijf dan staal, waardoor deze steel met name geschikt is voor actieve jonge mensen. De laatste tijd passen we deze heupprothese echter ook steeds vaker toe bij ouderen, omdat ook deze groep hogere eisen stelt aan de kwaliteit.’
De ongecementeerde Mallory Head steel is – samen met de slijtvaste keramische heupkop die de vakgroep orthopedie bij voorkeur gebruikt – duurder dan de traditionele gecementeerde stalen prothese. Van Langelaan: ‘Toch gebruikt ons ziekenhuis, en vele ziekenhuizen om ons heen, deze totale heupprothese in toenemende mate omdat de resultaten zó positief zijn. Die meerprijs is relatief als je bedenkt dat revisieoperaties niet of nauwelijks meer nodig zijn. Daar komt bij dat een tweede of derde operatie natuurlijk erg onplezierig is voor de patiënt. ’

Met een presentatie over deze follow-upstudie was arts-assistent orthopedie drs. Heinse Bouma een van de twee winnaars van de Wetenschapsprijs Rijnland Ziekenhuis 2005.
In november 2004 promoveerde orthopeed Taco Gosens (voormalig arts-assistent in het Rijnland Ziekenhuis) aan de Universiteit van Maastricht met het proefschrift The Mallory Head HA coated femoral prosthesis; Studies on patient outcome, radiology and bone density.

© 2006 Maatschap Orthopaedie Rijnland Ziekenhuis (Webmaster C.P.J. Visser)  -  site implementatie: Websnap